Grafische begrippen


Er zijn veel grafische begrippen waar iedereen wel eens van gehoord heeft, maar wat betekenen ze eigenlijk?
STENCO-Grafimedia heeft speciaal een selectie gemaakt van de belangrijkste. Deze zijn onderverdeeld in
vier groepen:  opmaak, aanleveren, drukken en afwerken.


Opmaak


Aflopende pagina’s:
Hele pagina’s, vlakken, foto‘s of lijnen die de buitenrand van de pagina raken. 
Het beeld loopt van de pagina af, zonder witrand. Deze beelden moeten
minimaal 3 millimeter buiten de pagina gaan zodat ze met het schoonsnijden
op de gewenste maat gesneden kunnen worden.

 

Auteurscorrectie:
Iedere verandering die een auteur in zijn/haar tekst aanbrengt die niet
het gevolg is van een fout van de zetter/layouter/opmaker.

 

Auteursrecht:
Op teksten die u schrijft, krijgt u automatisch auteursrecht. Dat houdt in dat alleen
u als schrijver bepaalt wat er met uw werk gebeurt. Of en hoeveel exemplaren
ervan mogen worden gemaakt. En hoe uw werk verspreid mag worden.
Aan het geven van toestemming voor publicatie, bijvoorbeeld in boekvorm
of in een krant of tijdschrift, kunt u allerlei voorwaarden verbinden,
bijvoorbeeld dat u daar een bepaalde vergoeding voor krijgt.


Corps (Korps):
De lettergrootte. De grootte van de letter uitgedrukt in punten. En ingesloten de
daarbij horende regelafstand of interlinie (de ruimte van de onderzijde van de ene
regel tot de onderzijde van de volgende regel).


DPI (Dots per inch):
De resolutie van printers, digitale foto's en rasters.


Duotoon:
Een normale zwart/wit foto in twee kleuren gedrukt in verschillende grijswaarden.


Duplex foto:
Een zwart/wit foto met een andere kleur voor het wit en/of zwart.


Font:
Een complete set van letters in een bepaald lettersoort (bijvoorbeeld de
arial-familie met standaard, bold, italic, .............).


Greyscale:
De reeks van tinten in het verloop van zwart naar wit.


Header / Banner:
Kopregel over gehele breedte van de pagina.


Illustraties:
Foto’s, plaatjes en figuren.


Inch:
Engelse lengtemaat 1 Inch = 25,4 mm.


Interlinie:
Witruimte tussen twee regels.


Kapitalen:
Hoofdletters.


Karakter / Letter:
Teken voor een klank in een taal, dat samen met andere tekens een woord vormt. 
`Het woord 'STENCO' bestaat uit de letters 'S', 'T', 'E’, ‘N’, ‘C’ en ‘O’. Het Alfabet
met een complete set leestekens vormen tesamen een Font.


Kleurproef:
Een kleurenproef van uw document, die door een geijkte printer wordt uitgeprint.
De kleuren geven een indicatie van het uiteindelijke drukresultaat.


Kopij:
De te zetten tekst. Bij aanleveren: een bestand met foutloze tekst en een
print-out voorzien van aanwijzingen zoals KAPITAAL, vet, cursief, enz.


Kopregels:
De regels die boven aan een verhaal of hoofdstuk staan.


Landscape / Liggend / Oblong:
Liggend formaat, de lange zijde ‘ligt’ aan de onderzijde en de korte zijde
loopt gelijk ten opzichte van de rug van het boek.


Lay-out:
Schets/ontwerp over hoe een pagina eruit moet zien (stramien).


Marges:
Witruimte(n) buiten het tekstblok van een pagina.
• Kopwit: De witmarge aan de bovenzijde van het tekstblok.
• Rugwit: De witmarge tussen het tekstblok en de rug.
• Staartwit: De witmarge tussen het tekstblok en de onderkant.
• Zijwit: De witmarge/ruimte tussen het tekstblok en de zijkant van
   de pagina die aangesneden wordt.
• Links lijnend: Tekstkolommen waarvan de voorzijde gelijk zijn,
   zoals deze tekst.
• Rechtslijnend: Tekstkolommen waarvan de achterzijde gelijk zijn.
• Gecentreerd: De tekst wordt in het midden van de pagina geplaatst.
• Uitvullen: De tekst vult de hele regel: de witruimten (spaties) tussen de
   woorden worden verminderd of vergroot om de juiste lengte te krijgen.


Opmaken / Lay-out / Vormgeven:
Het proces van het verdelen van zetsel over pagina`s, inclusief het plaatsen
van zaken als kopregels, voetnoten, beeld, foto’s en paginanummers.


PDF-proef:
Ofwel een softproef: is een digitale proef in pdf formaat van de te maken
opdracht welke door u gecontroleerd dient te worden.


Pixel/Dots per Inch:
PPI/DPI, aanduiding voor de resolutie van een beeld, zoals dat van de
scanner afkomt. Ander woord voor ‘beeldpunt’. Zo bestaat een digitale
foto uit verschillende pixels/dots, met allemaal verschillende kleuren
(of grijswaarden) die het beeld vormen. Hoe meer pixels/dots op per inch,
hoe scherper het beeld wordt.


PMS:
Pantone Matching System is het meest gebruikte gestandaardiseerde
kleuren-meng-systeem voor coated-, uncoated- en matpapier.


Punt:
Behalve het leesteken punt, is de punt ook een typografische
maataanduiding gebruikt bij de lettertypes (1 punt = 0,36 mm).


Raster:
Regelmatig patroon van punten of lijnen uitgedrukt in het aantal lijnen per inch.


Resolutie:
De resolutie geeft het aantal pixels per inch aan van gerasterde foto’s.
Aangeduid in DPI (Dots Per Inch). Hoe hoger de resolutie, hoe beter
de kwaliteit.


Soft-proofing:
Software-proef is een door ons gemaakte PDF die u kunt controleren
op een Mac of  PC.


Staand:
De korte zijde zit aan de onderkant (over de breedte) en de lange
zijde over de lengte (normaal boek).


Steunkleur:
Een extra drukkleur op een drukzijde, waarmee je extra accenten
kunt aanbrengen.


Subkopjes:
Kopjes die in het tekstblok staan om de tekst in stukken te verdelen.


Tekstblok:
Het gedeelte van de pagina waarbinnen de tekst is geplaatst,
zonder kop- en voettekst.


Teksteffecten (stijlen):
Bold/Vet, Cursief/Italic, Bold Cursief/Bold Italic.


Uitlijnen / Laten lijnen:
Er voor zorgen dat tekst en beeld op één lijn staan of een haakse hoek
maken met elkaar.


Verlooptint / Gradient:
Een beeld dat van licht naar donker verloopt.



        

Drukken


Digitaal printen / (POD, Print on Demand):
Is een hoogwaardige manier van printen.
Wordt gebruikt bij kleine oplagen en personalisatie.
Uw bestand wordt vanuit een computer geprint op elk gewenst formaat.

 

DPI (Dots per inch):
De resolutie van printers, digitale foto's en rasters.

 

Drukvel:
Vel papier waarop gedrukt gaat worden.

 

Druktermen voor het beter te begrijpen waar het beeld op het papier komt.
Schoondruk: De druk op de voorzijde van een drukvel.
Weerdruk: De druk op de achterzijde van een drukvel.

 

Enveloppen formaten
Enveloppen zijn er in vele soorten en maten.
Zonder venster, met venster links, met venster rechts of met 2 vensters.
De standaard meest gehanteerde enveloppen zijn:

C4 229 x 324 mm
EA4 220 x 324 mm
C5 162 x 229 mm
EA5 156 x 220 mm
C6 114 x 162 mm
C5/6 114 x 229 mm
EA5/6 110 x 220 mm

 

Gramgewicht:
Benaming voor de massa per oppervlakte van papier,
aangegeven in grammen per vierkante meter, aangeduid als g/m2.
Deze aanduiding zegt in principe niets over de dikte van het papier.
U kunt dit omrekenen door het gewicht te delen door
de lengte en breedte van het papier.
Bijvoorbeeld bij een A4tje (formaat 21x29,7cm) dat 5 gram weegt
is het rekensommetje: 5 gram / 0,297 meter / 0,21 meter = 80 g/m2.

 

Houthoudend papier:
Papier dat voor een deel, meer dan 10%, uit houtslijp bestaat.
Dit papier vergeelt vrij snel.
De duurzaamheid is minder dan bij houtvrij papier, het vergaat heel snel.

 

Houtvrij papier:
Papier dat gemaakt wordt van boomvezels die met behulp van chemicaliën
worden ontdaan van de stoffen die voor een snelle veroudering zorgen.
Houtvrij papier heeft ten opzichte van houthoudende soorten verschillende
voordelen: de vezels zijn langer, elastischer en het papier isvaster en
beter voor veredeling geschikt.

 

Inschiet:
De hoeveelheid extra exemplaren drukwerk dat nodig is voor het afwerken.

 

Inslagschema:
Schema dat aangeeft hoe de pagina’s op het drukvel moeten worden gedrukt,
zodat ze na te zijn gevouwen en gebrocheerd op de juiste volgorde staan.

 

Looprichting van het papier:
De vezels van het papier rangschikken zich in dezelfde richting als de loop
van de papierbaan bij de vervaardiging van het papier.

 

Machine coated papier (gestreken):
Het papier wordt tijdens de fabricage tussen een serie metalen rollers
doorgevoerd voorzien van een kalk of porselein aarde laag.
Hierdoor is het mogelijk om bij het drukken zeer fijne rasters/afbeeldingen
op dit papier af te drukken.

 

Offset
Lithografie is een druktechniek dat een proces in vijf stappen omvat.
Het is gebaseerd op het principe dat water en olie zich niet
vermengen met elkaar. Een aluminium of plastic plaat met
fotopolymeer-coating (speciale lichtgevoelige laag) wordt hierbij
blootgesteld aan licht dat door een film met doorzichtige of
ondoorzichtige delen heen schijnt. De belichte delen van de plaat worden
hierbij chemisch "gehard" Hierna ondergaat de plaat een chemisch proces,
het ‘ontwikkelen’ die de geharde delen laat staan en de onbelichte delen
verwijderd. Wanneer deze plaat wordt gebruikt in een drukpers dan wordt
deze bevochtigd en het water blijft hierbij enkel achter op de onbelichte
delen waar dus geen afbeelding is, die op hun beurt de inkt (olie) afweren.
De belichte delen nemen dus wel inkt op die uiteindelijk op het papier
terecht komt.


Ongestreken papier:
Papier dat niet voorzien is van een strijklaag. Het bestaat uit bewerkte
houtvezels, lijm- en hulpstoffen om het geschikt te maken voor drukken,
printen, schrijven of tekenen. Ongestreken papier kan wit, gekleurd,
houtvrij, houthoudend en uit gerecycled papier gemaakt worden.

 

Opaciteit:
Mate van doorschijnendheid van papier, hoe hoger de opaciteit,
hoe minder doorschijnend het is. Opaciteit speelt voornamelijk een rol
bij lagere gramgewichten. Tekst kan door de andere zijde van
het papier gaan doorschijnen.

 

Oplage:
Het aantal exemplaren te drukken / te printen.

 

Papier:
Langlopend papier:
De vezels in het papier liggen evenwijdig aan de lange zijde van het papier.

 

Papierformaten:
Papierformaat waaraan drukvellen zijn gerelateerd.       

Vierdubbel vel A0 841 x 1189 mm
Dubbelvel A1 594 x 841 mm
Vel A2 420 x 594 mm
Half vel A3 297 x 420 mm
Kwart vel A4 210 x 297 mm
Blad A5 148 x 210 mm
Half blad A6 105 x 148 mm
Kwart blad A7 74 x 105 mm
Achtste blad A8 52 x 74 mm
 

A9

37 x 52 mm
  A10 26 x 37 mm

 

Papierformaten afbeelding

 
B-Reeks papierformaten   

B0 1000 x 1414 mm
B1 707 x 1000 mm
B2 500 x 707 mm
B3 335 x 500 mm
B4 250 x 335 mm
B5 176 x 250 mm
B6 125 x 176 mm
B7 88 x 125 mm
B8 62 x 88 mm
B9 44 x 62 mm
B10 31 x 44 mm

 

PMS kleuren:
Unieke inktkleuren die via een voorgeschreven inktmengverhouding
kunnen worden gemaakt en zijn soms te benaderen via fullcolor (CMYK).
Zorgt dus veelal voor een extra drukgang bij fullcolor.

 

Registeren:
Het nauwkeurig op elkaar passen van de drukkleuren aan 1 of 2
zijden van het papier.

 


Breedlopend papier:
De vezels in het papier liggen evenwijdig aan de korte zijde van het papier.

 

Vierkleurendruk / Fullcolourdruk:
Kleurendruk in Cyaan, Yellow, Magenta en Black (CMYK).
Met deze vier kleuren kunnen heel veel kleuren gedrukt worden.




Aanleveren

Digitale aanlevering:
Aanlevering van digitale bestanden. Dit is tegenwoordig in de meeste
gevallen door middel van een PDF-bestand.


Offerte:
Prijsopgave voor het vervaardigen van drukwerk en/of afwerking.


Prepress:
Al het voorbereidende werk wat gedaan moet worden voor dat er
iets gedrukt kan worden.


Snijtekens:
Kruizen die buiten het te bedrukken beeld aangeven waar het beeld
afgesneden moet worden.

 

 




Afwerken


Afwerken:
Onder andere schoonsnijden, nieten, lijmen, rillen/vouwen,
plastificeren enzovoort. Kort gezegd alle handelingen die nadat een vel
gedrukt is, nodig zijn om tot een eindproduct te komen.


Binden:
Papier aan elkaar bevestigen. Dit kan zijn: losse bladen of katernen
van 4, 8, 16 of 32 pagina’s. De meest voorkomende afwerkingsvormen
zijn: geniet, garenloos gebrocheerd, genaaid gebrocheerd of hardgebonden.


Binnenwerk:
Het boekblok, alles wat binnen het omslag zit.


Boekblok:
Een aantal katernen vormen samen een boekblok waar omheen een
omslag wordt gelijmd.


Brocheren:
Het vervaardigen van boeken en tijdschriften door het samenvoegen van
meerdere drukvellen tot een boek of brochure middels garen of metalen niet,
met een zachte kaft.


Garenloos gebrocheerd:
Losse bladen worden aan elkaar verbonden door een lijmlaag of katernen
worden vergaard, vervolgens in de rug gefreesd en dan gelijmd. Vervolgens
worden de boekblokken in een omslag gelijmd. Dit is niet zo’n sterke verbinding,
dus ongeschikt voor veel gebruikte brochures/boeken. Totaal aantal pagina’s
moet deelbaar zijn door 2.


Gehecht / Geniet gebrocheerd:
In elkaar gestoken vellen voorzien van twee of vier nietjes. Meestal niet meer
dan 64 pagina’s in een omslag (afhankelijk van de dikte van het papier),
bij meer pagina’s gaat de brochure "open/bol staan". Totaal aantal pagina’s
moet deelbaar zijn door 4.


Genaaid gebrocheerd:
De drukvellen worden gevouwen tot katernen. Katernen worden in het hart
versterkt met garen. Katernen worden met garen aan elkaar genaaid tot een
boekblok, daar omheen wordt een omslag gelijmd met eventueel dubbele ril
en zij-belijming. Dit is een hoogwaardige kwaliteit van afwerken.
Totaal aantal pagina’s moet deelbaar zijn door 8 of 16.


Hardgebonden:
Een met papier of stof omplakt hard omslag dat middels een schutblad
met het binnenwerk wordt verbonden. Meestal een genaaid boekblok.


Katern:
Gevouwen drukvel van 4, 8, 12, 16, 24 of 32 pagina’s, meerdere katernen
achter elkaar vormen het boekblok/binnenwerk van een boek/brochure.


Laminaat:
Dunne transparante kunststoffolie die op het papier wordt gelijmd, voor
duurzame bescherming tegen vuil, stof of krassen.


Schoonsnijden:
Drukken gaat meestal op een groter formaat dan de folder, poster of wat dan
ook en wordt op het juiste eindformaat gesneden. Het bedrukte vel wordt
ontdaan van alles wat niet nodig is.